Pedagogische achtergrond

Over poppen

Op Maria Lichtmis brengen de kinderen hun pop mee naar school, tijdens die dag worden de poppen in het zonnetje gezet, vertroeteld, geknuffeld en vieren ze hun verjaardag.

Er zijn veel soorten poppen maar hier willen we de antroposofische pop, ook wel de Waldorfpop, de Steinerpop of zonnekindpop toelichten.

Bij alle volkeren en in alle tijden vinden we poppen. Een pop vertegenwoordigt datgene, wat we als beeld van de mens beleven.

De pop neemt tussen het speelgoed een speciale plaats in omdat de pop een beeld van de mens is, daardoor kunnen de kinderen met behulp van een pop hun eigen “ik” zoeken. Tijdens het spelen met een pop oefent een kind zich in het uitdrukken van gevoelens en wat het beleeft. Ze vertrouwen hun diepste gedachten, hun verdriet en hun vreugde aan de pop toe. Met een pop kunnen ze dromend de werkelijkheid ontvluchten of zich bijvoorbeeld op de komst van een broertje of zusje voorbereiden.

Samen met een pop kan er zoveel leuks en wonderlijks gebeuren...

In een pop ontmoet het kind zichzelf. Een kind geeft een pop leven en het bezielt de pop met fantasie. Een wezenlijke karaktertrek in de eerste zeven jaar is, dat het kind zich geheel overgeeft aan de omgeving. Het kind is in zijn belevingen nog geheel gebonden aan de omgeving. Rudolf Steiner wijst erop dat wat we onbewust opnemen, dieper in ons organisme en onderbewustzijn binnendringt dan dat we ons bewust worden.

Goed speelgoed geeft het kind de mogelijkheid innerlijk actief te worden door de fantasie. Wanneer het kind met een pop speelt is het veel meer dan nabootsing. Het kind brengt in het spel zijn of haar eigen innerlijk tot uitdrukking. Daarom kan er hierin geen onderscheid gemaakt worden tussen jongens en meisjes.

over poppen 1

Wat is dan een antroposofische pop?

Natuurlijke materialen

Ze zijn handgemaakt van natuurlijke materialen zoals wol en katoen. Door het gebruik
van 100% pure schapenwol voor de vulling zijn de poppen stevig maar toch zacht. Dat
zorgt ervoor dat het voor het kind fijn is om de pop vast te houden en overal mee
naartoe te nemen. De poppen voelen warm en comfortabel aan omdat de wol van de
vulling de lichaamstemperatuur van het kind snel overneemt. Daardoor lijkt het bijna alsof
de pop echt leeft.

De vulling van wol neemt ook de geur van het kind aan, iets dat zijn nut bewezen heeft tijdens het gebruik van antroposofische wiegpopjes bij kinderen in de couveuse/in het ziekenhuis. De moeder of vaste verzorger van het kindje droeg in dit geval de pop een dag dicht op het lichaam, waardoor het popje de geur van de moeder aannam.

De kinderen die deze popjes bij zich kregen voelden deze aan als een stukje van de moeder of verzorger, en vonden hierin een stukje rust, en vertrouwen in een vreemde omgeving.

Rudolf Steiner gaf de ouders van de eerste school die hij oprichtte aanwijzingen hoe ze een pop konden maken voor hun kind.

Er zit een hele filosofie achter. Zo gaf Steiner aan dat het werken met natuurlijke materialen heel belangrijk is omdat jonge kinderen daarmee hun tastzintuig het beste kunnen ontwikkelen. De gedachte daarachter is als volgt: als een kind het eerste natuurlijke materialen leert kennen, dan vormen die als het ware de basis voor het leven. Het kind zal daar zekere eerbied voor ontwikkelen voor deze materialen. Als het kind nadien in aanraking komt met onnatuurlijke materialen, zoals plastic, dan zal het dit verschil in kwaliteit goed ervaren. Bovendien valt er aan natuurlijke materialen meer te beleven. Ze zijn steeds anders van structuur en nooit echt voorspelbaar. Hout of wol voelt en oogt heel anders dan plastic.

Lichaamsverhoudingen

Antroposofische poppen hebben een heel specifieke vormgeving en uitstraling en dat is niet voor niets zo. Het uiterlijk van de pop wordt gevormd met als basisidee dat de pop symbool staat voor de mens. Dit is wat je een kind wil geven als voorbeeld om zich naar te vormen en te leven. Dat betekent ook dat de pop zo gevormd is dat de verhoudingen kloppen met de verhoudingen die een mens ook heeft. Het hoofd heeft een bepaalde grootte ten opzichte van het bovenlichaam en de armen en benen hebben ook een lengte die daarmee in verhouding klopt. Als de verhoudingen van een poppenlichaam niet kloppen dan kun je dat meteen zien, de pop ziet er dan niet zo echt uit.

Het hoofd

  • De Vorm

Een ander typisch uiterlijk kenmerk van deze poppen is de vorm van het hoofd. Het hoofd wordt met speciale technieken gevormd. Daardoor is het mooi rond, zoals een echt hoofd. ƒn het heeft een inkeping op de plaats waar de ogen zitten zodat die als het ware iets “in” het hoofd vallen, precies zoals dat ook bij een echt mens is.

  • Geen gezichtsexpressie

Wat verder erg opvalt aan deze poppen is dat ze geen echte gezichtsexpressie hebben, ze hebben een neutrale uitdrukking. In het gezicht worden slechts op een eenvoudige manier de ogen en de mond aangegeven. Meestal worden ze geborduurd, maar soms zelfs alleen getekend met een potlood. Dit gebrek aan expressie heeft een nut. Hierdoor krijgt het kind alle ruimte om met zijn of haar fantasie te bedenken en in te vullen hoe de pop zich voelt. Zo kan de pop lachen of verdrietig zijn en wakker zijn of slapen. Het is voor een kind van het grootste belang dat het zich kan spiegelen aan de pop.

 

Waarom de antroposofische poppen er zo uitzien...

Rudolf Steiner gaf aan dat dit nodig is voor een goede ontwikkeling van de hersenen. De hersenen vormen zich volgens hem door de fantasie van het kind. Je kunt dat vergelijken met het ontwikkelen van de spieren van de handen. Die worden sterker als je met je handen werkt. Precies zo kunnen de hersenen zich beter ontwikkelen als de wereld van het kind daar de mogelijkheden voor biedt. En het speelgoed is daar natuurlijk een belangrijk onderdeel van. Voor kinderen is de fantasie de manier van hersentraining die het beste bij hun leeftijd en ontwikkelingsfase past.

Door bij een expressieloos poppengezicht een innerlijke voorstelling te maken van de pop wanneer ze heel blij is of juist wanneer ze huilt, is het kind dus op dat moment actief zijn hersenen aan het trainen en ontwikkelen. Die fantasie lijkt in eerste instantie misschien slechts kinderspel en daardoor niet zo heel belangrijk, maar niets is minder waar.

Een Antroposofische pop is daardoor niet zomaar een pop. Het is uitgekiend ontwikkelingsspeelgoed. We zijn vaak geneigd om met onze volwassen blik voor speelgoed te kiezen dat we mooi vinden. Maar daarmee gaan we soms voorbij aan dingen die voor een kind veel belangrijker zijn.

over poppen 2

Waarom ritme en regelmaat in de kleuterschool?

In de natuur zijn deze elementen sterk voelbaar bv. dag en nacht, eb en vloed, de seizoenen, dagen en maanden, ….

Ook het kind zelf is onderheven aan allerlei herhalingen zoals: slapen, ontwaken, de ademhaling, …

Vanuit zichzelf vraagt een kind naar eindeloze herhaling bv. hetzelfde spelletje, verhaaltje, kiekeboe spelletje, …

Een kind voelt zich goed in een steeds wederkerend RITME. Het geeft een kind een veilig en geborgen gevoel, zekerheid en vertrouwen.

In onze school proberen wij zoveel mogelijk in te spelen op RITME en REGELMAAT. Zo leggen we sterk de nadruk op het DAGRITME, WEEKRITME en JAARRITME.

Dagritme: Elke dag verloopt hetzelfde: vrij spel, ochtendkring, bewegingsspel, activiteit, … en doorheen de dag proberen we inspanning en ontspanning af te wisselen (in- en uitademen).

Weekritme: Iedere dag heeft een andere vaste activiteit: vb. maandag bakken, dinsdag tekenen, woensdag turnen, donderdag schilderen, vrijdag in de tuin werken

Dit biedt veiligheid aan kinderen: ‘Juf, is het schilderdag vandaag?’

Jaarritme: de jaarfeesten zijn onze gouden draad doorheen het jaar. Het is een kringloop die nooit eindigt maar telkens opnieuw terugkeert. Juf en de kinderen leven er samen sterk naar toe, bereiden iedere feest voor met zingen, knutselen, verhalen. Bij kleuters uitgebreider dan bij peuters.

Waarom is fantasie belangrijk in de kleuterschool?

In de peuter- en de kleuterklas spreken we de FANTASIEKRACHTEN aan in het kind. Zo komen ze tot een beweeglijke binnenwereld: legt ook de basis voor creativiteit later.

Door ongevormd speelgoed aan te bieden wordt de fantasie van het kind zo sterk mogelijk geprikkeld en ontwikkeld: vb. houten blokjes, doeken, … speelgoed dat nog alle mogelijkheden open houdt.

Met planken, bakken en doeken bouwen de kinderen kampen, huizen, boten, ruimtetuigen, …

Met kleine blokjes en een rood doekje maken ze een kampvuurtje, dunne planken kunnen gebruikt worden om te skiën en een klein blokje wordt soms een gsm.

Tijdens het vrij spelen zie je als juf een grote BEELDENRIJKDOM naar voren treden. Het kind beleeft vreugde en plezier aan zijn spel.

Verhalen

De verhalen worden lang verteld, zodat de kinderen zich de beelden eigen kunnen maken. Eenzelfde verhaal wordt dagelijks herhaald gedurende 3 weken. Soms wordt een verhaal gebracht in de vorm van een poppenspel of als toneeltje.

Het kind vraagt naar die HERHALING. De eerste keer dat een kind iets hoort vertellen, is alles nieuw, maar stilaan herkent het zaken, begrijpt het meer en meer, verwacht het bepaalde passages om er weer mee te lachen, om er weer door in spanning te komen…. Dan pas kan het kind het verhaal helemaal verinnerlijken en vormt het een hele rijkdom in het kind. Dit staat in contrast met het huidige aanbod van de maatschappij. Er worden steeds nieuwe dingen aangeboden, dat veroorzaakt onrust bij de kinderen.

Verhalen voor peuters zijn: korter, veel herhaling, gaan over de naaste wereld, weinig verschillende elementen en personages.

Verhalen voor kleuters zijn langer, proberen de hele groep te betrekken (3,5-6 jaar), ook nog met veel herhaling. Grote kleuters kunnen al een poppenspel spelen voor de jongere kleuters.

Onze visie over multimediagebruik door (kleine) kinderen:

  • Het biedt kinderen geen echte wereld, geen echt beeld van het leven.
  • Het is arm op gebied van zintuigontwikkeling: het visuele wordt aangesproken, maar alle andere zintuigen worden uitgeschakeld vb de kleuter ziet een tafereel dat zich in het bos afspeelt: er zijn geen aanrakingen, geen echte gewaarwordingen, geen geuren, geen echte beweging bij het kind…
  • Kinderen ondergaan de beelden, nemen ze passief op en worden er zelf ook passief van.
  • Het overlaadt het kind met prikkels waarvoor het de tijd niet krijgt om ze goed op te nemen en te verwerken, om er iets zinnigs mee te doen.

Waarom nabootsing in de kleuterschool?

Een jong kind staat met al zijn zintuigen open tegenover de buitenwereld. Een kind identificeert zich met zijn omgeving, bootst datgene wat rond hem te zien is na. Het leert uit de omgeving.

  • De omgeving waarin hij leeft is zeer belangrijk: een warme, omhullende sfeer met mooie materialen.
  • De mensen rondom hem die liefde en warmte geven

Wij zijn geen anti-autoritaire school: als kinderen weten wat kan en wat niet kan, voelen ze zich zeker en veilig.

Het DOEN van de volwassene is belangrijker dan het ZEGGEN en uitleggen.

In de peuter en kleuterklas wordt er weinig gezegd en uitgelegd, wel wordt er veel gedaan. We spreken de kinderen zoveel mogelijk vanuit de beweging aan door veel te doen: spelen, huishoudelijk werk, bewegingsspelen, …

Een jong kind is één en al beweging.

Intellectuele spelletjes en uitleg die het verstand aanspreken zijn vaak te hoog gegrepen.

We zeggen wel: ‘dit doen wij niet’ of ‘zo doen wij dat’ maar heel de uitleg erachter, is voor een jong kind vaak nog te moeilijk.

Huishoudelijk werk

Zowel in de peuter- als in de kleuterklas leggen we de nadruk op huishoudelijk werk bv. brood bakken en smeren, tafel dekken en afruimen, afwassen en afdrogen, soep en fruitsla maken, …

Het hele proces wordt zichtbaar. Het kind wil helpen, ontdekken en doen en van hieruit goede gewoonten ontwikkelen.

Huishoudelijk werk kent het kind al van thuis uit. Zo is de brug naar school toe kleiner. Het is een bron waar een kind veel uit kan leren.

Waarom kunstzinnige activiteiten in de kleuterschool?

Het kunstzinnige vinden we terug in de mooie klassen en schoolomgeving, in de materialen waarmee de kinderen spelen. Tekenen, schilderen, kleven, kneden met bijenwas, handwerken en knutselen.

Het is niet WAT we doen maar HOE. Er wordt geen resultaat beoogt! Het doen op zich geeft VREUGDE.

Muziek

Het muziekelement zit verweven doorheen de dag. We zingen alle activiteiten aan elkaar. Het brengt rust en ritme met zich mee.

In de kleuterklas ligt het accent op het sociale, leren omgaan met elkaar, rekening houden met elkaar, geven, nemen, delen. Bij ons begint een kleuter als jongste in de groep en zal het bij de oudsten van de klas horen wanneer hij naar de eerste klas gaat. Wij geloven dat deze samenstelling van heterogene groepen veel zaken in de ontwikkeling van het kind zal bevorderen. De jongere kleuters leren van de oudere kleuters en de oudere kinderen leren zorg te dragen en respect te hebben voor jongere kinderen. Net zoals in een gezin.