Begrippenlijst

Zorgcoördinatie

Een maal per trimester houden de leerkrachten een gezamenlijk zorgoverleg om de verschillende accenten per klas goed af te stemmen. Onze nieuwe zorgcoördinator, Lore Dziwak, is hier steeds bij aanwezig. Op deze manier hopen wij de basiszorg in de klas te maximaliseren. Daarnaast zal de Expertisegroep Zorg de verschillende werkvormen bespreken en evalueren per klas. De zorg voor leerlingen met extra maatregelen in de klas kan uitgebreid worden met ondersteuning door externen. Dit wordt in de Expertisegroep Zorg besproken met de klasleerkracht, de zorgcoördinator, de co-teacher, het onafhankelijk CLB en de directeur. Net zoals nu wordt u als ouder hierin betrokken en gehoord. Daarnaast kan u rekenen op deskundige feedback en een verslag van de evolutie. Ook het MDO vindt plaats in de Expertisegroep. Vanaf het nieuwe schooljaar kunt u in het rapport een weergave zien wanneer uw kind werd besproken op het MDO en wat het onderwerp was.

Co-teaching en zorg

Sinds de invoering van het M-decreet - dat scholen ertoe aanzet om een eigen zorgexpertise uit te bouwen - heeft de Expertisegroep Onderwijs de gehele zorgwerking van de Wingerd onder de loep genomen. Er werden plannen opgesteld om de zorgomkadering uit te breiden en anders in te delen. Zo zijn we tot een nieuwe werkvorm gekomen die het welbevinden van de leerlingen zal verhogen. De zorgondersteuning wordt vanaf volgend jaar opgedeeld in zorgcoördinatie enerzijds en co-teaching anderzijds. We willen ook blijven inzetten op communicatie om u als ouder nog meer te betrekken. Wij hebben uw expertise in de thuissituatie van uw kind immers heel erg nodig om op school met onze expertise nog efficiënter te kunnen werken.

We willen als school aan elk kind in elke klas die zorg kunnen blijven geven die het nodig heeft. We voeren daarvoor de methode van co-teaching in: een methode waarbij twee leerkrachten gelijktijdig én gelijkwaardig voor de klas staan. Van onze zusterschool in Wilrijk, die het systeem afgelopen jaar heeft toegepast, weten we dat zowel de leerwinst als het welbevinden hierdoor toenemen. Ook wetenschappelijk onderzoek naar co-teaching ondersteunt deze bevinding. Wij willen deze methode vanaf volgend jaar in alle klassen toepassen tijdens de vaklessen rekenen en taal. Zo kunnen leerlingen met een zorgvraag beter en meer individueel geholpen worden, en indien nodig kan de klas gedifferentieerd werken. Uiteraard maakt co-teaching nog meer werkvormen mogelijk. Die zullen volgend schooljaar verder onderzocht en uitgewerkt worden door Juf Yolanda Habraken, die in elke klas als co-teacher en zorgcoach de klasleerkracht zal bijstaan. 

Het uiteindelijke doel van co-teaching is zoveel mogelijk leerlingen de doelstelling van een les te laten halen. De co-krachten hebben daardoor een gedeelde verantwoordelijkheid. In onderling overleg kunnen ze hun manier van werken zelf plannen, evalueren en bijsturen. Door intensief samen te werken en hun bevindingen met elkaar te delen, zullen ze zich sneller een juist beeld kunnen vormen van elk kind. Ook taken als verbeteren, getuigschriften maken, individuele gesprekken voeren etc. kunnen gedeeld worden.

Handwerk? Denkwerk!

De hand van de mens wordt in de biomechanica omschreven als een van de meest complexe lichaamsdelen. In tegenstelling tot de dieren kan de mens zijn duim en vingers naar elkaar toe bewegen, waardoor hij op verschillende manieren kan grijpen, bewerken en ook weer loslaten. Bij een volwassene gebeuren deze handelingen vrijwel onbewust, maar voor een jong kind vergt het vaak een grote inspanning om bijvoorbeeld een potlood of een breinaald vast te houden. Om een hand ‘vaardig’ te maken, moet het kind zich bewust worden van het bewegen van de vingers én moet het kunnen ervaren of hij de pen of breinaald al dan niet goed vasthoudt. Deze vaardigheden worden gestuurd door de bewegingszin en de tastzin. In het begin worden bij een kind de bewegingen nog gestuurd met de ogen, maar door te oefenen zal het kind ervaren dat de handeling steeds gemakkelijker gaat, tot de beweging geautomatiseerd is. Het schrijven of breien is dan een vaardigheid.

Wetenschappelijk onderzoek wijst op een belangrijke relatie tussen de activiteiten van de handen en de ontwikkeling van de hersenen. Neurologen kwamen tot de vaststelling dat het oefenen van de fijne motoriek belangrijk is voor het begrijpen. Anders gezegd, met de handen kan je grijpen wat je nadien al denkend kan begrijpen. In de jaren twintig heeft Rudolf Steiner in een van zijn voordrachten reeds aangehaald dat de leraar handwerk eigenlijk vooral aan de geest werkt! Kortom, wat we met de handen doen, heeft zijn weerslag op de geest. Via de fijne motoriek wordt de ontwikkeling van het denken gestimuleerd en worden de scheppende krachten ontplooid die in de mens aanwezig zijn. Dit komt omdat onze vingertoppen verbonden zijn met het centrale zenuwstelsel, waardoor bij elke beweging of aanraking onze geest wordt aangesproken. Handwerk is dan ook een erg geschikte manier om het causaal denken te oefenen. Bijvoorbeeld bij het breien: eerst moet je insteken, dan het draadje omslaan, vervolgens doorhalen en tot slot de draad weer van de breinaald halen. Het is deze nauwgezette volgorde die tot een mooi werkstuk leidt. Door ritmisch en geordend te werk te gaan, komt het kind ook tot rust en ontstaat er ruimte om aandacht te schenken aan andere zaken, zoals kleuren, vormen, versieringen en andere esthetische kenmerken, waardoor de persoonlijkheid van het kind tot uiting komt. Het kunstzinnig werken met de handen stimuleert de kinderen om zich vanuit het denken, het voelen en het willen te verbinden met de wereld om hen heen. Of, om het met Rudolf Steiner te zeggen: “velen weten niet welke gezonde logica men heeft wanneer men kan breien”!